Persis Bekkering over het werk van M-resident Ellen Dhondt

© Elias Derboven voor M Leuven
Persis Bekkering in gesprek met Ellen Dhondt
De normatieve boodschap van aankleedpoppen
Midden in het atelier waar Ellen Dhondt (2000) vijf maanden lang in M-residentie is, trekt een kleurrijk, symmetrisch doek de aandacht. Een verticale lijn deelt het werk in tweeën. Op de bovenste helft komt Ellie Dolly maar net boven tafel uit, een stripfiguurachtig meisje met zwart haar dat vaker terugkeert in Dhondts werk. Op de onderste helft prijkt een enorm dinerbord op een ouderwets geblokt tafelkleed, met in het midden één eenzaam spruitje.

© Elias Derboven voor M Leuven
‘Ellie Dolly noemde ik altijd mijn alter ego’, vertelt Dhondt, ‘maar laatst realiseerde ik me dat Ellie misschien te dicht bij mezelf staat om echt een alter ego te kunnen zijn. Want ik ben Ellie zelf. Ellie Dolly is mijn manier om autofictie in mijn werk toe te laten. Ze is een tragikomisch figuur die in allerlei situaties opduikt, het leven overkomt haar een beetje.’
In de studio in Cas-co in Leuven hangen meer schilderijen die met eten te maken hebben. Ook zonder Ellie Dolly hebben ze vaak met de kunstenares te maken. Links van het werk hangt een kleiner doek, waarop Dhondt een bordje heeft geschilderd dat verdeeld is in meerdere vakjes, zoals je die weleens ziet voor kinderen. Dhondt: ‘Die borden met verdeelvakjes fascineren me. Ik ben een heel moeilijke eter, veel dingen lust ik niet. Dat is heel lastig, ik kan niet zomaar bij mensen te eten worden gevraagd. Maar dat kieskeurige heb ik ook in andere domeinen van het leven, zoals met geluid. Als iemand in de trein belt, een ander speelt muziek af en twee mensen voeren een conversatie, dan vind ik dat de hel. Ik heb behoefte aan orde.’
De studio ziet er dan ook tamelijk ordentelijk uit, al verzekert Dhondt dat ze voor het bezoek heeft gekuist. De muren hangen vol met haar eigen schilderijen. Van sommige is de verf nog maar net droog, andere maakte Dhondt al voor de M-residentie. Ze ontvangt hier vaak bezoek, zoals andere kunstenaars of curatoren; de residentie is behalve een plek om ongestoord te kunnen schilderen ook een gelegenheid om haar werk te presenteren en te bespreken met ervaren mensen uit de kunstwereld.

© Elias Derboven voor M Leuven
Dhondt, opgegroeid in De Kempen en twee jaar geleden afgestudeerd aan het Kask in Gent, loopt in een lange jurk en met een beetje verf op haar wang enthousiast langs de muren. Eindelijk kan ze veel tijd besteden aan schilderen, vertelt ze, een lang gekoesterde wens. Haar werk is figuratief en meestal in een plat vlak gecomponeerd, maar tijdens de residentie wil ze uitproberen om ook in perspectief te werken. Uit die wens is een werk ontstaan met een haarverfdoosje erop, dat een driedimensionale illusie wekt. Vanaf de doos kijkt een realistisch geschilderde vrouw met golvende zwarte haren ons zwoel aan. De achtergrond en het aanbrengkwastje zijn dan weer vertrouwd plat. ‘Ik kleur mijn haar altijd zwart, daar komt dit idee vandaan. Voor zes euro kan je je hele uiterlijk veranderen, dat vind ik een interessant gegeven.’
Dhondt weet nog niet zeker of ze vanaf nu altijd vaker objecten in perspectief wil toevoegen aan haar werk. Het voelt als een grote stap. Ze vindt het belangrijk om constanten in haar werk te behouden, zegt ze. Behalve vlakke composities zijn andere constanten in Dhondts werk de ogenschijnlijk lichte, dagelijkse onderwerpen, die als je langer kijkt vaak iets duisters hebben. Zo hangt er een werk met roze kledingstukken, een jasje en een rok, tegen een zwarte achtergrond. De kledingstukken zijn geschilderd alsof je ze uit kunt knippen om een papieren aankleedpop aan te kleden: aan de stukken zijn omvouwrandjes bevestigd, en schaartjes geven de aanwijzing om het uit te knippen. Het roze Chanelpak is echter besmeurd met bloed. Dhondt: ‘Dit is de kleding die Jacky Kennedy droeg toen haar man John F. Kennedy werd vermoord. Ze heeft het pak de hele dag demonstratief aangehouden.’
De aankleedpoppen en kleertjes zijn ook een constante in het atelier. Educatieve werkbladen zijn een langdurige fascinatie van de kunstenares. ‘Ik vind het interessant dat je een personage kunt aankleden en zelf de kleding kunt kiezen, dat alle wegen nog openliggen. Wie is de pop zonder die kledingstukken? Heeft ze dan nog eigenschappen? Wij definiëren ons vaak ook aan de hand van kleding, of onze job, of met wie we getrouwd zijn. Wie zich in een paar woorden moet omschrijven, noemt dan die dingen op. Maar in hoeverre definieert ons dat echt? Dat soort vragen vind ik interessant. Ik vind het ook boeiend dat die aankleedpoppen een tweedimensionale wereld tonen, daarmee lijkt het op schilderkunst.’

© Elias Derboven voor M Leuven

© Elias Derboven voor M Leuven

© Elias Derboven voor M Leuven

© Elias Derboven voor M Leuven

© Elias Derboven voor M Leuven
Een schilderij is normaal gesproken echter iets passiefs, iets om naar te kijken. Wat Dhondt ook boeit aan de educatieve werkbladen, zijn de instructies om iets te doen. Zoals het schaartje: knip uit. ‘Misschien brengt dat een andere manier van kijken over, want het vraagt om een actie.’
Een van de nieuwe schilderijen toont Ellie Dolly zonder kleuren. Boven haar staat een tekst geschreven: ‘Ellie Dolly’s coat is yellow’; een verwijzing naar een ander soort educatief werkblad, de inkleuroefening. ‘We zien de kleurloze jas, en denken meteen dat de jas geel is. De instructie boven de tekening wordt zo een waarheid. Het laat ons niet zelf nadenken. Dat vind ik grappig en spannend, maar ook best problematisch. Je neemt gemakkelijk allerlei normatieve denkbeelden over van oefeningen die educatief bedoeld zijn.’
Dat is Dhondts werk ten voeten uit: op het eerste gezicht onschuldig, met de vrolijke lichte kleuren en stripachtige beelden, maar wie langer kijkt, raakt toch een beetje ongerust. Bij de ingang van de studio hangt een klein doek van een ouderwetse pureestamper. Pas als je blijft kijken, valt op hoe direct en in your face het keukengerei eigenlijk is gekaderd. Het lijkt wel een moordwapen.
Vindt ze aardappelpuree dan ook niet lekker? ‘Wel hoor’, lacht ze.