Tijdens dit symposium nemen twee eminente kunsthistorici en specialisten Pascal Griener en Stephen Bann het oeuvre van Antoine Wiertz en de jarenlange depreciatie ervoor als uitgangspunt.
De kunstgeschiedenis heeft Antoine Wiertz (1806-1865) vaak als een curiosum beschouwd, als het prototype van de kunstenaar als ‘mislukking’. Tijdgenoten beschouwden zijn collosale en melodramatische werken als een vreemde en monsterlijke potpourri die iedere focus mist en niet in geijkte esthetische categorieën te plaatsen valt.
De depreciatie voor zijn werk begon al in 1839 wanneer Wiertz zijn gigantische schilderij Grieken en Trojanen vechten om het lijk van Patrokles op het Parijse Salon tentoonstelde. Parijse critici beschouwden zijn werk als een voorbeeld van hoe het sublieme slechts een stap verwijderd is van het ridicule. Ook Baudelaire zal Wiertz beschrijven als een idioot wiens onnozelheid even groot is als zijn gigantische doeken. Deze kritiek zal de toon zetten voor zijn latere receptie die al te vaak tot op vandaag weerklinkt.
De recente, hernieuwde kunst- en cultuurhistorische interesse voor Wiertz toont ons een ander beeld. Vooral de onlosmakelijke relatie tussen het werk van Wiertz en het Wiertz Museum staat hier centraal. In 1851 krijgt Wiertz een door de staat gesubsidieerd atelier dat Wiertz meteen als zijn persoonlijke museum opvat en volledig aan zijn oeuvre wijdt. Dit museum past niet enkel binnen de cultuurpolitiek van de nog jonge Belgische staat, maar ook binnen het bredere perspectief van het museum als instituut.
Sinds het ontstaan van musea in de late achttiende eeuw, functioneren ze als instrumenten van canonisering van kunst, vaak binnen een nationalistisch perspectief. Wiertz is hier een perfect, maar eigenzinnig voorbeeld van. Als zelfverklaarde opvolger van Rubens poneert hij zijn eigen werk als de uitdrukking van een nieuwe ‘Belgische’ kunst. En met een museum dat exclusief gewijd is aan zijn eigen werk omzeilt hij de eigentijdse kunstkritiek en verklaart er zich onafhankelijk van.
Wiertz gebruikt het museum hier op slimme wijze om zichzelf te canoniseren en zich eigenhandig in de kunstgeschiedenis te schrijven
Bart Verschaffel, hoogleraar Universiteit Gent
Programma
Twee eminente kunsthistorici en specialisten op het gebied van de geschiedenis van het museum zullen vanuit die optiek hun licht laten schijnen op Antoine Wiertz. Pascal Griener zal Wiertz, zijn oeuvre en zijn museum plaatsen binnen het bredere Europees verband van de opkomst van het kunstenaarsmuseum. Stephen Bann zal zich richten op hoe Wiertz’ unieke ideaal van kunstenaarschap al vorm krijgt tijdens zijn Romeinse jaren. De middag wordt afgesloten met een debat over de ‘toekomst’ van het museum als instituut en als idee.
Een maandelijkse update van wat er in M te beleven valt?
Op de hoogte blijven van alle initiatieven, activiteiten en tentoonstellingen van M? Schrijf je hieronder in op de nieuwsbrief en dan zorgen wij op onze beurt voor jouw maandelijkse portie nieuws van M.