Het veelzijdige oeuvre van Valérie Mannaerts vertrekt vanuit intuïtie, materiaal en zintuigelijke ervaring. In ‘Antennae’ blikt Mannaerts terug op dertig jaar artistieke praktijk en toont ze ook nieuw werk. Ze verkent vragen als: wat is de autonomie van een object? Welk verhaal kan een voorwerp vertellen? En hoe verhoudt een sculptuur zich tot de ruimte en de kijker?
De titel van de expo is veelzeggend. Enerzijds verwijst Mannaerts naar de voelsprieten waarmee insecten hun omgeving aftasten. Tegelijk is de titel een metafoor voor haar eigen artistieke gevoeligheid. Een verwijzing naar de ‘antennes’ waarmee ze als kunstenaar subtiele en complexe verbindingen legt tussen haar leefwereld, haar werk, de toeschouwer en de tentoonstellingsruimte.
Eind jaren 1990 debuteerde Mannaerts met werken op papier waarin ze haar eigen lichaam en seksualiteit onderzocht. Ze trad in de voetsporen van vrouwelijke kunstenaars uit de jaren 1960 en 1970, zoals Eva Hesse, en ontwikkelde uit het amorfe een eigenzinnige en avontuurlijke beeldtaal. In 2003 vertegenwoordigde Mannaerts België op de Biënnale van Venetië, samen met kunstenaar Sylvie Eyberg. Nadien breidde ze haar artistieke praktijk gradueel uit met sculpturen.
Ze onderzocht het medium uitvoerig. Wanneer wordt een object een sculptuur? Moet het daarvoor zelfstandig in de ruimte kunnen staan? En welke rol spelen licht of schaduw? Die focus op sculptuur versterkte bovendien Mannaerts’ interesse in architectuur, ruimtelijkheid en de relatie met het menselijk lichaam. Dit vertaalde zich in installaties, schilderijen, textielwerken, kimono’s, functionele objecten en opdrachten in de publieke ruimte die rechtstreeks in dialoog treden met hun omgeving.
Gelijktijdig met ‘Antennae’ verschijnt een publicatie bij Walther König Verlag.
Een maandelijkse update van wat er in M te beleven valt?
Op de hoogte blijven van alle initiatieven, activiteiten en tentoonstellingen van M? Schrijf je hieronder in op de nieuwsbrief en dan zorgen wij op onze beurt voor jouw maandelijkse portie nieuws van M.