Souffleur, wat zijn putti?

Kariatiden uit de voormalige sacramentstoren van het Celestijnenklooster in Heverlee: twee putti, Cornelis II Floris, 1560-1563

Kariatiden uit de voormalige sacramentstoren van het Celestijnenklooster in Heverlee: twee putti, Cornelis II Floris, 1560-1563, foto: artinflanders.be, Dominique Provost

SOUFFLEUR

Putti

“Souffleur (de; m/v; meervoud: souffleurs): iemand die de toneelspeler zijn rol influistert.’’ Volgens Van Dale helpt een souffleur je dus te herinneren wat je eigenlijk al wist. Het leek ons een mooie titel voor deze nieuwe rubriek: daarin geven medewerkers van M uitleg en achtergrond bij vaktermen die je wellicht bekend in de oren klinken, maar waarvan je misschien niet (meer) weet wat ze ook alweer precies betekenen.

Kariatiden uit de voormalige sacramentstoren van het Celestijnenklooster in Heverlee: twee putti, Cornelis II Floris, 1560-1563

Kariatiden uit de voormalige sacramentstoren van het Celestijnenklooster in Heverlee: twee putti, Cornelis II Floris, 1560-1563, foto: artinflanders.be, Dominique Provost

Goedele Pulinx, registrator tentoonstellingen: “Putti, enkelvoud putto, zijn mollige, naakte, soms gevleugelde jongetjes die vaak terugkeren in de kunst van de renaissance, de barok en de rococo. Iconografisch gaan ze terug tot de oudheid – het woord is afgeleid van het Latijnse ‘putus’, wat ‘knaapje’ betekent. De antieke voorlopers van de putti zijn de eroten: gevleugelde goden die hun naam ontlenen aan Eros, de zoon van Afrodite, de godin van de liefde. Eros wordt in het Latijn Cupido of Amor genoemd. Aanvankelijk werd hij afgebeeld als jongeling, later als peuter. Dikwijls had hij een pijl-en-boog in de hand, waarmee hij verliefden in het hart schoot – dat beeld van Cupido kennen we nog steeds.”

 

“In de middeleeuwse kunst zie je bijna geen putti, maar vanaf de renaissance werden ze opeens geweldig populair. Dat had te maken met de hernieuwde belangstelling voor de oudheid. Ze werden vooral geassocieerd met de liefde, en meer in het algemeen met vrede, welvaart en vrolijkheid. Er was ook een religieuze associatie – het verschil tussen putti en engeltjes is niet altijd even duidelijk. Na verloop van tijd kregen ze vooral een decoratieve rol. Ze werden een manier om een tafereel wat levendiger te maken. Dat zag je vooral in de barok en de rococo, met hun uitbundige, feestelijke, theatrale kunst. Soms stonden ze ook symbool voor abstracte begrippen als deugden of seizoenen. Dan kregen ze toepasselijke attributen mee.”

Kariatiden uit de voormalige sacramentstoren van het Celestijnenklooster in Heverlee: twee putti, Cornelis II Floris, 1560-1563

Kariatiden uit de voormalige sacramentstoren van het Celestijnenklooster in Heverlee: twee putti, Cornelis II Floris, 1560-1563, foto: artinflanders.be, Dominique Provost

“In de collectie van M zitten twee albasten putti. Ze zijn waarschijnlijk vervaardigd in het atelier van Cornelis Floris II, een beeldhouwer en architect uit de 16de eeuw – we kennen hem vooral als een van de bouwmeesters van het Antwerpse stadhuis. Floris had ze gemaakt voor de sacramentstoren van het Celestijnenklooster van Heverlee. Daar onder­steunden ze een beeld van Christus.”

 

“Samen met twee beelden van de evangelisten Marcus en Mattheus zijn de putti de enige overblijf­selen van die sacramentstoren - en het heeft maar weinig gescheeld of ze waren ook verloren gegaan. In 1566 zijn ze van de toren gehaald en begraven, om ze te beschermen tegen de Beeldenstormers. En in 1796, toen Leuvense revolutionairen het klooster met de grond gelijk maakten, konden ze opnieuw in veiligheid worden gebracht.”

 

“In 1853 is een van de twee putti, samen met de beelden van Marcus en Mattheus, aan het toenma­lige stadsmuseum geschonken. In 2017 heeft een collega dan toevallig de tweede putto gespot op een kunstbeurs. Ze herkende ‘m meteen – de putti zijn vrijwel identiek. Dankzij de stad Leuven hebben we hem kunnen kopen. Dit najaar zijn de beide putti, én de twee evangelisten, te zien op onze grote over­zichtstentoonstelling over albast.”