Julie Cafmeyer portretteert Els Nouwen

© Josefien Tondeleir voor M Leuven
Julie Cafmeyer portretteert Els Nouwen
"Ik ben eerder van de nacht"
'Ik heb vijftien jaar alles weggegooid wat ik maakte,' zegt kunstenares Els Nouwen. Ik ben in haar Antwerpse atelier, op de muur staan afbeeldingen geprikt die ze door de jaren heen verzamelde uit magazines, boeken van de kringwinkel en het Internet. Het is de duisternis, het lijden, het ongerijmde en het groteske waar haar aandacht naar gaat. Schedels, Magritte die een blote vrouw portretteert, de afgehakte kop van Holofornes, een vogelverschrikker in de vorm van een vrouwenhoofd en een hindoe-god. 'Ik ben eerder van de nacht,' zegt ze, 'ik probeer tegenstellingen met elkaar te verbinden: het gruwelijke en het sacrale, het erotische en het weerzinwekkende.'

© Josefien Tondeleir voor M Leuven
Ik kijk naar haar inspiratiebeelden en vraag me af welke werken er vijftien jaar lang in de vuilbak zijn beland.
'Waarom schilder ik niet gewoon een landschap?' Ze vertelt me dat ze het nochtans goed kan, schilderen naar de werkelijkheid, zoals ze het op de academie van Antwerpen heeft geleerd. 'Maar schoonheid moet gereveleerd worden, moet uit het cliché, uit de al te gekende verschijningsvormen bevrijd worden. Om een dieperliggende waarheid bloot te leggen moet de schone schijn vernietigd worden. Er zit dus ook schoonheid in de vernietiging. Bij het einde van de worsteling komt ook energie vrij. De kennis en ervaring die ik heb opgedaan helpt me verder met mijn werk.'
Toch klinkt het drastisch, kan ik me er moeilijk overheen zetten, vijftien jaar lang al je werk weggooien. Waarom? 'Het werk beantwoordde niet aan wat er in mijn hoofd zat. Het ging om het geloof dat het anders moest.' En zo vond ze stilaan een manier van werken waarvan ze dacht: 'zo kan ik verder.' De waarde van het kunstwerk die niet wordt bepaald door het louter esthetische. Een werk mag blijven als het klopt en als het past in een logische evolutie naar nieuw werk.
Montage, cut and paste, assemblage
Een terugkerende strategie, aan meerdere schilderijen tegelijkertijd werken, gaandeweg vallen de dingen op hun plaats. Een praktijk die constant in beweging moet staan. Ze voelde steeds 'een gigantische intrinsieke motivatie' om te schilderen. Honderd keer een afbeelding vernietigen en blijven verder zoeken, dat is innerlijke noodzaak. En ze citeert Gerard Reve: "Ik geloof, dat in datgene wat instort, wat ontbindt, de waarheid pas geopenbaard wordt."
Of ze soms spijt heeft van het werk dat ze liquideerde? 'Ja,' zegt ze 'achteraf denk je soms: zo slecht was het niet. Eigenlijk heb ik een tussenkamer nodig voor de werken die mogelijk een toekomst hebben, maar ik kan het niet bedwingen, sommige werken zijn onverdraaglijk, en dan moet het weg, het is sterker dan mezelf.'

© Josefien Tondeleir voor M Leuven
Ik denk aan een tussenkamer waar een werk even is gevrijwaard van de twijfel.
Een quarantaine kamer die voor een bepaalde tijd wordt ontweken, uit zelfbescherming.
Een transit waar een werk zich ontpopt tot blijvend.
Ondanks de permanente dreiging van vernietiging, is er nu een schatkamer aan werk dat het wel haalde: kleurrijke en heftige werken waar de kracht van de vernietiging zichzelf oplost in een schilderkundige geboorte. Tot het einde van het proces worden nieuwe lagen verf aangebracht, beelden van uiteenlopende aard worden toegevoegd: varkenssnuiten, een zot, een mond, OXO, een tong, gezichtsgymnastiek, naakte lichamen, een lachende paprika.
Het beeld wordt telkens gedeeltelijk vernieuwd. Vernietiging, niet als destructie, maar als constructieve dynamiek, als these op zoek naar antithese en finaal een soort synthese. Het beeld permanent verstoren als proces.

© Josefien Tondeleir voor M Leuven
Ik kijk naar een schilderij met de binnenkant van een met schimmel geïnfecteerd schaap. 'Je bent zo aardig maar je maakt zo'n gruwelijk werk,' zei één van haar studenten haar ooit. En dat klopt. Het mag rotten, het mag knagen. Het mag pijn doen, schuren, afstoten? En toch wordt er ook iets sensueels opgeroepen als ik kijk naar een schelpdier dat net zo goed een vulva kan zijn. Dat is de magie van het schilderen, de erotiek en de nachtmerrie worden tegelijkertijd opgeroepen.
Ze kijkt naar haar werk. 'Ja, wat wil ik hier nu mee?' vraag ze zichzelf luidop af. 'Mijn verbeelding volledig loslaten, het leven bezingen in zijn donkere glans.' De vernietiging als instrument tot schepping. De ware afgrond is voor Els Nouwen veeleer: het niet schilderen.

© Josefien Tondeleir voor M Leuven

© Josefien Tondeleir voor M Leuven

‘Cauliflower Ears XOOOO’ © Kristel Van Ballaer